Anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag, intelligente lockdown, raamvisite, hoestschaamte: het zijn allemaal woorden die samen met het coronavirus hun intrede deden. Waar we na de uitbraak van de pandemie misschien nog dachten er in hooguit enkele maanden vanaf te zijn, weten we inmiddels wel beter. Het coronavirus houdt ons al ruim een jaar in zijn greep en is op verschillende vlakken ontwrichtend. In deze interviewserie vertellen wethouders welke ontwikkelingen en uitdagingen zij zien binnen hun portefeuille. Tanja de Jonge sluit de reeks af. Zij is binnen de gemeente verantwoordelijk voor lokale initiatieven, wijkgericht werken, duurzaamheid en cultuur.

De Jonge merkt dat de lokale initiatieven vanuit de samenleving een beetje zijn verschoven. “Vorig voorjaar ontstonden er verschillende krachtenbundelingen op grotere schaal. Er was veel samenwerking en oog voor elkaar. Dat laatste is er nog steeds, maar vaker in het klein. Dat is ook prima, want het is lang niet altijd nodig om van alles op te tuigen om anderen te helpen. Een klein gebaar kan grote impact hebben. Aanbieden om voor iemand de boodschappen te doen of mee te gaan wandelen: dat is al waardevol.” Gevraagd naar welk initiatief De Jonge het meeste is bijgebleven in coronatijd, noemt zij de berenjacht. Inwoners zetten een beer voor het raam en kinderen gingen daar massaal naar op zoek, om na het einde van een wandeling te tellen hoeveel beren er waren ontdekt. “Weer een voorbeeld van de kracht van eenvoud. Het was een landelijke hype. Ook in Barendrecht gingen heel wat kinderen op jacht.”

Betere tijden

Het vormde een fijne afleiding, want veel was natuurlijk vanwege corona níet mogelijk. Voor kinderen niet, maar ook niet voor volwassenen. Op het gebied van cultuur bleven er weinig mogelijkheden over. “Dat is doodzonde, want zaken als muziek maken, zingen, dansen en toneelspelen ervaren veel mensen als een ultieme vorm van ontspanning. Iedereen heeft een uitlaatklep nodig. Voor de een is dat sporten, voor de ander het beoefenen van kunsten of het genieten daarvan door middel van het bezoeken van een voorstelling of concert.” De branche heeft zich creatief getoond. Theater uit je luie stoel, online muzieklessen, een groter aanbod aan digitale boeken te leen bij de bibliotheek en ruimte voor de jeugd om daar te studeren, voorstellingen voor de deur bij verpleeghuizen: het kwam allemaal voorbij. Mooi, maar het gebrek aan inkomsten is daarmee niet opgelost. “We hebben als gemeente ruim 200.000 euro aan coronagelden kunnen verdelen onder culturele instellingen. Een klein steuntje in de rug, maar tegelijkertijd ook niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Laten we hopen dat er de komende tijd echt weer meer mogelijk is op cultureel gebied. Het begint er langzaam iets beter uit te zien. Fijn voor inwoners, maar ook voor alle instanties die het nu zo zwaar hebben. We snakken naar betere tijden!”