Anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag, intelligente lockdown, raamvisite, hoestschaamte: het zijn allemaal woorden die samen met het coronavirus hun intrede deden. Waar we na de uitbraak van de pandemie misschien nog dachten er in hooguit enkele maanden vanaf te zijn, weten we inmiddels wel beter. Het coronavirus houdt ons al ruim een jaar in zijn greep en is op verschillende vlakken ontwrichtend. In deze interviewserie vertellen wethouders welke ontwikkelingen en uitdagingen zij zien binnen hun portefeuille. Deze week is het de beurt aan Arnoud Proos. Hij is binnen de gemeente verantwoordelijk voor economische zaken, wonen en monumentenzorg.

Op de vraag hoe het nu met lokale ondernemers gaat is geen makkelijk antwoord te geven. “Dat verschilt heel erg. Een deel is hard geraakt vanwege corona en moet onverhoopt het pensioenspaarpotje gebruiken als buffer, terwijl een ander deel het nog goed doet. Onder meer de evenementenbranche en horeca hebben het zwaar, maar de verkoop van bijvoorbeeld laptops en versproducten zoals groente en fruit is flink toegenomen. Hoe de vlag erbij hangt, valt of staat vaak met de sector waarin de ondernemer werkzaam is. Als je kijkt naar de bedrijvigheid op onze bedrijventerreinen, zeker rond de handel in groente en fruit, lijkt het haast of er geen corona is.”

Brandbrief

Uiteraard helpt de miljardensteun van het kabinet velen ook een handje. “Maar wij merkten dat er bij de gemeente toch nog regelmatig telefoontjes binnenkwamen van radeloze ondernemers. Zij kwamen voor geen enkele regeling in aanmerking. Zo was er een verhaal van een ondernemer die net voor de coronacrisis een restaurant overnam en dus geen boekhouding kon laten zien van een jaar eerder. Ook kwamen velen niet voor een financiële vergoeding in aanmerking omdat hun partner nog werkte. Maar als er een salaris bijna volledig en zeer plotseling wegvalt, zie dan nog maar de vaste lasten te betalen. Om de noodklok te luiden, heb ik samen met onze buurgemeenten een brandbrief naar het kabinet gestuurd. Daarin vroegen we om verandering en meer maatwerk. Voor veel startende bedrijven zijn de regels korte tijd later aangepast. Als je het aan mij vraagt, wordt het nu vooral tijd om de terrassen te openen, zoals de burgemeesters van de grote steden ook bepleiten. De horeca verdient dat steuntje in de rug. Maar ik hoop vooral dat álle hardwerkende ondernemers dat licht aan het einde van de tunnel echt gaan zien. Corona zorgt voor veel onzekerheid over de toekomst. Dat is niet makkelijk. Alle inwoners kunnen een beetje helpen door in ieder geval zoveel mogelijk lokaal te winkelen. Dat kan echt veilig.”

Blijven bijbouwen

De huizenmarkt daarentegen lijkt immuun te zijn voor de pandemie. Ondanks corona bleven de huizenprijzen flink stijgen. Het landelijke tekort aan woningen heeft hiermee te maken. “Wat dat betreft hebben we niet alleen te maken met een coronacrisis, maar ook met een wooncrisis. In Barendrecht is de afgelopen 20 jaar flink bijgebouwd. Ik durf wel te stellen: als elke gemeente de afgelopen twee decennia net zoveel gebouwd had als Barendrecht, dan was er niet zo’n groot tekort geweest. Gelukkig staan er nu in de hele regio grote bouwprojecten op stapel, maar voorlopig blijft het tekort groot. Voor Barendrecht komen er nog flink wat woningen aan, met vooral in De Stationstuinen ook veel ruimte voor betaalbare woningen,” besluit Proos.