Aan Shell Geothermie en ENGIE is door het ministerie van Economische Zaken (EZK) medio januari een opsporingsvergunning verleend voor onderzoek in de regio naar geothermie, aardwarmte. Dit betekent dat deze bedrijven een onderzoek kunnen starten naar mogelijke locaties waar aardwarmte succesvol kan worden gewonnen.

De komende jaren brengen Shell Geothermie en ENGIE de mogelijkheden voor aardwarmte in de ondergrond verder in kaart. 

Vergunning voor onderzoek

Voor opsporing en winning van warmte dieper dan 500 meter is een vergunning nodig van de overheid (ministerie van EZK). De Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) - een dienst van EZK - houdt toezicht op de veiligheid voor mens en milieu bij de winning van aardwarmte. In de Barendrechtse ‘Beleidsvisie op de ondergrond Barendrecht’ is opgenomen dat partijen vroegtijdig belanghebbenden betrekken bij het initiatief en dat een goede inpassing in het landschap het uitgangspunt is.

Diverse vergunningen

Onlangs is er dus een vergunning afgegeven door het ministerie van EZK voor een onderzoek naar een geschikte proefboorlocatie. Zodra een locatie gevonden is, wordt door Shell Geothermie en ENGIE een vergunning aangevraagd bij het ministerie van EZK voor het mogen boren. De winning van aardwarmte vergt daarna nog een volgende vergunning. Vanwege de vele benodigde vergunningen gaat het hele traject tenminste drie jaar duren en dat alleen als er ook een geschikte proefboorlocatie is gevonden.

Traject van jaren

De provincie Zuid-Holland adviseert samen met andere partijen over de vergunning om aardwarmte te mogen opsporen én om aardwarmte te mogen winnen. De provincie vraagt advies aan de gemeente. Zodra een eventuele winning van de aardwarmte aan de orde is, wordt het mogelijk om bezwaar te maken bij de gemeente: de Omgevingswet geeft inwoners de mogelijkheid tot inspraak. Inwoners hebben dan alleen inspraak op het bovengrondse gedeelte van een aardwarmte-installatie.