Als u een bouwproject wilt ontwikkelen dat niet past binnen het huidige bestemmingsplan, dan verwacht de gemeente van u een goede onderbouwing van uw plannen. Onderdeel daarvan is de dialoog met de omgeving. Om u hierbij te ondersteunen beschrijven we hieronder hoe u een dergelijk gesprek kunt opstarten, waarop wij de gevoerde dialoog beoordelen en wat de diverse rollen en verantwoordelijkheden zijn.

Hoe kunt u participatie organiseren?

1. Denk na

Breng uw omgeving in beeld en bepaal uw aanpak. De omgeving is iedereen voor wie uw initiatief effect kan hebben. Denk aan omwonenden, bedrijven in de buurt, gebruikers van het gebied, et cetera. Hoe groter uw plannen, hoe groter het aantal partijen op wie dit invloed kan hebben.

2. Voer uit

Nodig de belanghebbenden op tijd uit en ga in gesprek. Doe dit open en actief. Voer het gesprek bij voorkeur in groepsverband, zodat alle partijen ook elkaars inbreng kunnen horen. Geef duidelijk aan wat de verwachtingen zijn en waarop mensen hun inbreng kunnen leveren. Maak afspraken over het vervolg, wat u doet met de inbreng, wie het gespreksverslag krijgt.

3. Werk uit

Werk uw plan uit (eventueel met aanpassingen die voortkomen uit de gesprekken). Toets dit plan bij de belanghebbenden en maak uw plan daarna definitief. Dien uw plan in bij de gemeente. Geef in de toelichting van uw plan aan wat u heeft gedaan met de idee├źn en belangen uit de gesprekken die u hebt gevoerd. Uiteraard voegt u ook de gespreksverslagen toe.

Hebt u de dialoog goed gevoerd?

In de besluitvorming over uw aanvraag kijkt de gemeente of de omgevingsdialoog goed is gevoerd. Om dit te beoordelen, kunt u de volgende vragen gebruiken als leidraad:

  1. Vormden de deelnemers aan de omgevingsdialoog een goede afspiegeling van alle belanghebbenden van uw plan?
  2. Hoe heeft u ervoor gezorgd dat iedereen zijn inbreng kon leveren?
  3. Wat heeft u met de inbreng van de deelnemers gedaan en waarom?
  4. Hoe hebt u alle verschillende belangen afgewogen?
  5. Hoe waarderen de belanghebbenden het proces van de omgevingsdialoog?

Wat zijn ieders rollen en verantwoordelijkheden?

Initiatiefnemers, de gemeenteraad, het college van B&W en de gemeentelijke organisatie hebben ieder hun eigen rol bij BAR goede participatie.

De initiatiefnemer:

  • Is en blijft eigenaar van zijn of haar initiatief
  • Is verantwoordelijk voor het informeren en betrekken van de (directe) omgeving en voor de verslaglegging hierover
  • Zorgt voor voldoende steun voor het initiatief (hoe groter de impact op de omgeving, hoe meer steun nodig is)
  • Is verantwoordelijk voor de voortgang van het proces.

De gemeenteraad:

  • Geeft initiatiefnemers een grote vrijheid bij het uitwerken en invoeren van een initiatief.
  • Neemt op basis van alle gegevens een weloverwogen besluit.
  • Maakt duidelijk hoe ze de verschillende belangen heeft afgewogen in haar besluit.

Het college van B&W en de gemeentelijke organisatie:

  • Bewaken bij de initiatieven het algemeen belang
  • Stellen zich uitnodigend op richting initiatiefnemers
  • Treden bij sommige initiatieven op als begeleider of ondersteuner
  • Brengen mensen en organisaties met elkaar in contact
  • Beoordelen of en zo er vanuit de gemeente een bijdrage wordt geleverd en waaruit die bestaat
  • Beoordelen de mate van dialoog en adviseren daarover naar de gemeenteraad.