Tijdens de raadsvergadering van dinsdag 13 oktober heeft burgemeester Jan van Belzen de raad geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek naar een mogelijke integriteitschending door een politiek ambtsdrager. In de raadsvergadering vond hierover het debat plaats.

Met de uitkomsten van het vooronderzoek stelt burgemeester Van Belzen vast dat er sprake was van schending van integriteit. In zijn oproep, als de hoeder van integriteit, aan de raadsleden benadrukte hij het belang van eerlijkheid en vertrouwen (integriteit) in het besturen van de gemeente: “Ik vind het belangrijk dat we met elkaar het gesprek voeren over de noodzaak om integer te handelen. En over dat handelen zo nodig verantwoording af te leggen. In de huidige crisis moeten we volle kracht vooruit en op elkaar kunnen vertrouwen. We hebben elkaar nodig. De inwoners van Barendrecht rekenen op u om samen de koers te blijven voortzetten. Dit kan alleen zolang wij allen integer handelen. Doet een van u dat niet, spreek elkaar dan aan en houdt daarbij de geschreven en ongeschreven regels van ons politieke systeem in uw achterhoofd.”

Aanleiding van het voorvooronderzoek

In juni 2020 ontving de burgemeester schriftelijke vragen vanuit de EVB-fractie over het vermoeden dat een wethouder en enkele raadsleden de coronaregels zouden hebben overtreden. Direct na het indienen van de vragen, ontving de burgemeester een melding van een vermoedelijke integriteitschending. De vragen waren eerst naar de media gestuurd voordat de betrokken wethouder daarvan op de hoogte was. Hierdoor werd de wethouder veroordeeld zonder antwoorden af te wachten. Hoor en wederhoor in de raad was hierdoor niet mogelijk.

Proces

De fractievoorzitters (het presidium) zijn door de burgemeester over de ontvangen melding geïnformeerd en om advies gevraagd. De burgemeester heeft hierna een onafhankelijk vooronderzoek laten uitvoeren.

Het doel van het vooronderzoek was vooral om de feiten in kaart te brengen of de politiek ambtsdrager heeft gehandeld zoals van hem of haar in de uitoefening van de functie verwacht mag worden. Op basis van de objectief te controleren feiten oordeelde de burgemeester dat het betrokken lid van de raad niet heeft gehandeld zoals van hem of haar verwacht mag worden.